1. De gezamenlijke woning
Huurwoning
Als je samenwoont in een huurwoning, ben je niet automatisch allebei huurder. Het huurcontract vermeldt wie de huurder is. Staat je naam daar niet bij? Dan kan je voor een groot probleem komen te staan. Bijvoorbeeld bij het beëindigen van de relatie of het overlijden van je partner. Het is niet altijd zo dat je dan in je huis mag blijven wonen. Je kunt dit voorkomen door het ‘medehuurderschap’ aan te gaan.
Door huwelijk of geregistreerd partnerschap word je wettelijk medehuurder. Je hebt allebei dezelfde rechten tegenover de verhuurder.
Koopwoning
Als je zonder verdere afspraken samenwoont in een koopwoning, wil het niet zeggen dat je daar allebei eigenaar van bent. Wie dat is, staat in het koopcontract. De hypotheekakte vermeldt wie er verantwoordelijk is voor de hypotheek. In een samenlevingsovereenkomst kun je afspraken vastleggen over de koopwoning. Bijvoorbeeld over de verdeling van de vaste lasten, of de verdeling van de winst of schulden bij verkoop.
Ben je getrouwd of is er sprake van geregistreerd partnerschap? Als jullie samen de woning hebben gekocht zijn jullie beiden voor de helft eigenaar van de koopwoning. Het maakt niet uit of de één meer of minder betaalde dan de ander. Heeft jouw partner de woning alleen gekocht? Dan hangt het ervan af of je in gemeenschap van goederen bent getrouwd. Heb je bij een notaris huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden op laten stellen? Dan kan in dat document vermeld staan in welke mate iemand eigenaar is van de woning.